Utopie. Utopisch denken, doen en bouwen in de twintigste eeuw
Oct 12th, 2002 by admin
In the yearly review of the Netherlands Institute for War Documentation I wrote a chapter on utopian planning in Arizona. I compared two geographically close but ideologically very different interpretations of utopian city building. The first is Arcosanti, set up decades ago by the Italian architect Paolo Soleri. An old student of Frank Lloyd Wright at Taliesin West, he revolted against his master and presented his own ideal city as the answer to the polluting and enstranging suburban lifestyle that had become current in the US. In the middle of the desert he was to build a new city with towering skyscrapers, high density, all ecologically sound. The project never really took off, while the burbs of Phoenix – of which I visited DC Ranch – became more popular then ever. Building for men – at least for the moment – seemed to have surpassed building for mankind.
You can read the full article (in Dutch) in an early, unedited version after the fold.
Utopia in Suburbia
‘Misschien wel het allerbelangrijkste stedenbouwkundige experiment uit ons tijdperk.’ Zo omschreef het Amerikaanse opinieweekblad Newsweek begin jaren zeventig de betonnen modelstad Arcosanti, die de Italiaanse architect Paolo Soleri liet verrijzen in de woestijn van de Amerikaanse staat Arizona. Soleri wilde een utopisch alternatief bieden voor het energieverslindende Amerikaanse beschavingsideaal van de suburb.
Dertig jaar later zijn grote delen van Arizona en heel Amerika volgebouwd met meer en grotere slaapsteden dan ooit. Op nog geen honderd kilometer van Arcosanti is de vrijwel geheel uit voorsteden bestaande stad Phoenix de afgelopen tien jaar meer dan veertig procent in omvang toegenomen. In nieuwe woonwijken als DC Ranch proberen projectontwikkelaars met Disney-achtige wildwestarchitectuur juist de utopie van de Amerikaanse Droom te laten herleven. Het modernistische ‘Bouwen voor de mensheid’ lijkt het hier af te moeten leggen tegen het postmoderne ‘Bouwen voor de mens’.
De suburbs als new frontier
‘Het zoeken naar een nieuw en beter leven en het verlangen opnieuw te beginnen, is zo oud als de Verenigde Staten zelf.’ De mythe van Amerika als het gerealiseerde utopia is een geloof dat diep verweven is in de Amerikaanse samenleving. Zijn de Verenigde Staten niet opgericht door vluchtelingen uit Europa die aan de andere kant van de oceaan een nieuwe, ideale samenleving op wilden bouwen? En is Amerika is haar hart niet altijd een frontier-samenleving gebleven? Sinds de dagen van de founding fathers geldt het Amerikaanse continent als een uitgestrekte tabula rasa, waarin vanuit het niets een ideale samenleving vorm gegeven kan worden. In hun boek Celebration USA. Living in Disney’s Brave New Town beschrijft het journalistenechtpaar Frantz en Collins hoe zo’n honderd jaar geleden tienduizenden gelukszoekers de oceaan overstaken om op het Amerikaanse continent een nieuw leven te beginnen. Sommigen zochten materiele voorspoed, anderen voelden zich aangetrokken tot immateriële vrijheden van de nieuwe wereld. ‘Zij wilden hun eigen gemeenschap opbouwen, in overeenstemming met de regels van hun godsdienst. In de negentiende eeuw waren er naar schatting honderdduizend utopische gemeenschappen in de Verenigde Staten, het overgrote deel gebaseerd op religieuze uitgangspunten.’
Twee eeuwen later zijn Amerikanen nog altijd op zoek naar de ideale gemeenschap, schrijven Frantz en Collins. Al is de geografie van die frontier dramatisch verschoven. De frontier, de plek waar de nieuwe wereld vorm krijgt, ligt al lang niet meer in het wildwestlandschap van rode rotsen uit de sigarettenreclames. Het Amerikaanse utopische denken heeft de laatste decennia een nieuwe locus gevonden: de in Amerika zo geliefde en gehate suburbs. ‘De mensen die naar Celebration [een door Disney ontwikkelde voorstedelijke woonwijk in Florida, mdw] verhuisden, hebben veel overeenkomsten met de immigranten die in de negentiende en vroege twintigste eeuw naar Amerika kwamen. Ze pakken hun hele hebben en houwen op en vertrokken naar een nieuwe plek, die voor hun net zo vreemd en onbekend geweest moet zijn, als Amerika voor de Europese immigranten.’
Vraag een willekeurige Amerikaan hoe de mythe van de American Dream er uitziet en negen van de tien zullen hetzelfde antwoordt geven: een gezin, een auto en een vrijstaand huis in de suburbs met een wit hek eromheen. Dat het huis in de suburbs voor grote groepen Amerikanen als het hoogste ideaal geldt, heeft ook volgens architectuurhistorica Nan Ellin te maken met de gedachte van Amerika als frontier-samenleving. De Amerikanen hebben volgens haar nooit echt van hun steden gehouden. De urbanisatie in Amerika vond ongeveer tegelijkertijd plaats met de industrialisatie, waardoor steden al snel het imago van vieze en overvolle nederzettingen kregen, waar het lawaai uit de fabrieken, en de vervuilde rook uit de schoorstenen het leven ondraaglijk maakten. Het plattelandsleven op een ranch of in een kleine stad geldt in Amerika als het beschavingsideaal. Volgens Robert Kaplan is het archetypische vrijstaande huis in de suburbs met het witte tuinhek een symbool voor dat leven op het platteland. Huizen in de suburbs zijn miniatuurversies van ranches aan de frontier, het grasveld eromheen staat voor de landerijen die bij de ranch horen. Leven in de suburbs wordt zo een gecondenseerde vorm leven aan de frontier.
Ook in zijn toonaangevende boek Edge Cities over de opkomst van een nieuw type suburb schetst journalist en onderzoeker Joel Garreau een beeld van de voorstad als een nieuw utopia. ‘Edge City is de meest doelmatige poging van de Amerikanen sinds de dagen van de founding fathers om een nieuw Eden te creëren. De wereld van de immigranten en pioniers is niet dood in Amerika, maar is verplaatst naar Edge Cities. Het is de schepping van een nieuwe wereld, die vorm wordt gegeven door vrije mensen in een land, dat zichzelf voortdurend opnieuw uitvindt.’
Zo populair zijn de suburbs, dat sinds het begin van de jaren negentig Amerika het eerste land ter wereld is waar meer mensen in de suburbs wonen, dan in de steden en het platteland bij elkaar opgeteld.
Trouble in paradise.
Toch is het beeld van de suburb als de Amerikaanse versie van Utopia niet het beeld dat onverdeeld opduikt in de eigentijdse culturele productie. In televisiereclames voor minivans mogen moeders met strak in model geföhnde kapsels dan nog met een vrolijke kinderschare op de achterbank heel gelukkig door suburbia rijden. Recente films als American Beauty, Duets, of Happiness laten zien dat er tegelijkertijd ook sprake is van trouble in paradise. De suburbs worden er afgeschilderd als zielloze plekken, zonder karakter of identiteit, waar de inwoners benauwende, saaie en burgerlijke standaardlevens leiden.
Ook in het academische en politieke discours is die kritiek terug te vinden. In zijn boek Variations on a theme park schrijft Michael Sorkin: ‘Huizen, kantoren, fabrieken, winkelcentra zweven in een aaneengesloten medium, een plaatsloos stedelijk koninkrijk dat voorziet in de basisvoorzieningen van een stad, maar de vitale en sociale mix die een stad levend maakt, ontbeert.’ Alles wat er in een stad hoort te zijn, is in de suburbs terug te vinden, stelt Sorkin. Er zijn ziekenhuizen, stadhuizen, woningen, kantoren, winkels en bioscopen. ‘Maar wat ontbreekt, zijn de plekken daartussenin, de verbindingen die er een stad van maken.’
Een zelfde soort kritiek is te lezen in Suburban Nation, het New Urbanism manifest van het architectentrio Andres Duany, Elizabeth Plater-Zyberk en Jeff Speck. ‘De laatste vijftig jaar hebben wij Amerikanen een nationaal landschap gebouwd waar eigenlijk nauwelijks plaatsen te vinden zijn die de moeite waard zijn. In zielloze subdivisies van woonwijken ontbreekt het aan gemeenschappelijk leven. Kunstmatig feestelijke winkelcentra, strip malls en filialen van winkelketens in reusachtige schoenendozen staan in een kale zee van parkeerplaatsen.’
Een van de kernwoorden in de kritieken op de suburb is de Amerikaanse term ‘sprawl’. Ongeordende uitstrekking, is de letterlijke vertaling van dat begrip. Sprawl is een chaotisch, uitgespreid en zichzelf repeterend patroon van woonwijken, winkelcentra, kantoren, snelwegen, en strip malls, brede autowegen waarlangs filialen van fastfoodketens, videotheken en bouwmarkten zijn gevestigd op enorme parkeerplaatsen. De sprawl is een onesthetische en vervreemdende stedelijke vorm, die niet op de mens maar op de automobiel is afgestemd. ‘De sprawl heeft de oorspronkelijke belofte van het suburbane leven vervangen’ , schrijven de drie architecten van Suburban Nation.
Voormalig vice-president Al Gore deelt deze kritiek. ‘Hectares van asfalt hebben open plekken in de bergen en authentieke dorpjes veranderd in massieve parkeerplaatsen. De slecht uitgewerkte sprawl die haastig is gebouwd rondom onze steden, heeft vriendelijke suburbs veranderd in eenzame doodlopende straten, die zo ver van de stad afliggen, dat als een familie een betaalbaar huis wil kopen, de ouders zo ver moeten rijden naar hun werk dat ze te laat thuis komen om nog een verhaaltje voor het slapen aan hun kinderen voor te lezen.’
De kritiek op de suburbs als het Amerikaanse utopia valt uiteen in twee categorieën. De New Urbanists stellen niet het ideaal van de suburb ter discussie, maar de uitwerking ervan. De suburb is en blijft het beschavingsideaal, alleen is er de laatste decennia iets mis gegaan met de uitvoering van dat ideaal. Projectontwikkelaars hebben hun woonwijken te snel uit de grond gestampt. Ze hebben de auto te veel ruimte gegeven, en ze zijn te veel gehinderd door de wetten van de Amerikaanse zoning commites, die voorschrijven dat verschillende functies als wonen en winkelen geografisch steng van elkaar worden gescheiden. ‘Het huidige model is de fast food versie van de Amerikaanse droom’, schrijven Duany, Plater-Zyberk en Speck . In de oplossingen die critici uit deze categorie aandragen, blijft het oorspronkelijke idee overeind, de bereidingswijze en het recept moeten alleen iets worden bijgesteld.
Daartegenover staan critici als de Italiaanse architect Soleri. Hij zet niet alleen de uitvoering, maar ook het ideaal van leven in de suburb zelf op de helling. Een snufje zout meer of minder is zijn ogen lang niet voldoende, het hele menu moet radicaal worden veranderd.
Utopia 1: Arcosanti
Op de donkergroene wegwijzer langs de Amerikaanse Interstate I-17 staat de woestijnnederzetting van architect Paolo Soleri groot aangekondigd: Afslag 262: Arcosanti. Logisch, want toen Soleri hier in 1970 met een leger vrijwilligers begon met het bouwen van zijn ‘stedelijk laboratorium’, waren de verwachtingen hoog gespannen. Op de bouwtekeningen ziet Arcosanti eruit als een ruimtekolonie met hoge torens in symmetrische patronen. Binnen enkele jaren moest hier een verticale stad verrijzen met zesduizend inwoners. De bouw van Arcosanti was het startschot voor een zoektocht naar de oplossing voor de de problematiek van de Westerse hyperconsumptie. Volgens Soleri zijn er twee dingen mis met het Amerikaanse ideaal van de suburbs. In de eerste plaats verslinden de suburbs energie en zijn ze slecht voor het milieu. Daarnaast is ook de sociale structuur van de suburbs volgens Soleri beneden alle peil. Met Arcosanti wil hij een alternatief beschavingsmodel bieden.
Dertig jaar na het begin van de bouw, houdt niet ver na snelwegafrit 262 het asfalt op. De laatste paar kilometers naar Soleri’s modelstad moeten worden afgelegd over een onverharde weg, hobbelig als een wasbord, die uitmondt op een leeg grasveldje. Visitors Parking heeft iemand met rode verf op een afgebroken stuk hout geschilderd. Arcosanti ziet er eerder uit als een bescheiden wetenschappelijk kampement op de zuidpool dan als een grootschalige kolonie. De nederzetting is tegen een heuvel aangebouwd. Aan het begin staat een vier verdiepingen hoge toren, waarin het visitors center en de cafetaria zijn gevestigd. Bovenop de heuvel staat, gegroepeerd in een halve cirkel, een aantal woningen en zijn er nog een aantal collectieve voorzieningen zoals een bibliotheek, een werkplaats en een theater. Onderaan de heuvel ligt een aantal gastenvertrekken.
Gebouwd wordt er nog volop, maar dan vooral op de foto’s in de kleurenfolders van Arcosanti. In de pr-folder die in het visitors center ligt, staan beelden van mannen in actie – met wapperende bloezen en gekleurde bouwhelmen. De roestige hijskraan op het terrein staat er verlaten bij. Ongeveer zestig vaste inwoners telt de nederzetting in de woestijn.
‘We are building a city here. A big city’ . Joe klinkt enthousiast wanneer hij in het visitors center van Arcosanti de groep van vijf geïnteresseerden toespreekt. Joe is een vijftiger met een golvende grijze krullenbos die onder zijn baseball-pet uitsteekt. Hij is vrijwilliger in Arcosanti en leidt dagelijks groepen bezoekers rond over het complex. Naast hem staat een maquette met hoge koepels en schelpachtige vormen van de stad die hier in de woestijn moet verrijzen. De stad die er nu ligt, is nog maar een fractie van wat hier gebouwd had moeten zijn.
‘Een tegengif voor de sprawl’, noemt architect Soleri Arcosanti zelf in een interview met de New York Times. En ‘een afgeslankt alternatief voor de overvloedige rijkdom van deze samenleving.’ Joe legt ons uit wat er mis is met de Amerikaanse suburbs. Zestig procent van het oppervlak van de stad bestaat uit wegen, afslagen en parkeerplaatsen en is zo gewijd aan de automobiel. Losstaande huizen zijn materiaalintensief om te bouwen en verslinden bovendien meer natuurlijk hulpbronnen voor verwarming. In de inleiding van Soleri’s boek Arcosanti: an Urban Laboratory staat het in dreigender taal: ‘De meeste van ons realiseren zich dat onze beschaving afstevent op een ramp, tenzij radicale veranderingen plaatsvinden. Sommigen onder ons realiseren zich dat de moderne stedelijke maatschappij een groot onderdeel uitmaakt van het probleem. Een enkeling beseft dat de manier waarop onze steden worden gebouwd, de kern van het probleem vormt. Maar bijna niemand stelt een alternatief voor. De grote uitzondering is Paolo Soleri. Dr. Soleri bedacht [Arcosanti] als een prototype dat andere steden kan leren hoe ze zuinig met energie om kunnen gaan en menselijke interactie kunnen bevorderen.’
Soleri zoekt de oplossing in zijn Arcologie-leer. Arcologie is een samentrekking van architectuur en ecologie. De twee kernbegrippen van zijn leer zijn miniaturisatie en complexiteit. Arcologie is een bouwmethode waarin zo min mogelijke materialen worden gebruikt en die optimaal gebruik maakt van natuurlijke hulpbronnen. De lay out van de stad is sterk op het zuiden gericht om zoveel mogelijk profijt te trekken van de warmte van de zon. Soleri is bovendien een groot voorstander van driedimensionaal bouwen. Zo blijft de stad compact. Afstanden binnen de stad blijven zo klein mogelijk, en er gaat zo min mogelijk reistijd verloren. Bovendien scheelt het weer in de aanleg van wegen. Zijn alternatief zou maar twee procent van het oppervlak beslaan van een doorsnee Amerikaanse suburb met een gelijk aantal inwoners. Zo wordt ook de impact op de natuur teruggebracht tot minimale proporties.
Opvallend is dat de van afkomst Italiaanse Soleri (Turijn, 1919) zich zo enerzijds het gedachtegoed van zijn oude Amerikaanse leermeester Frank Lloyd Wright toeeigent en zich er tegelijkertijd tegen afzet. Soleri haalde zijn doctoraat in de architectuur aan de Universiteit van Turijn en liet zich inspireren door Europese avantgarde-architecten als Gaudi. In 1947 waagde hij de oversteek naar Amerika, om op uitnodiging deel te nemen aan Lloyd Wrights architectuurprogramma op Taliesin West, in wat toen nog de ongerepte woestijn van Scottsdale was – en inmiddels volledig is opgeslokt door de voorsteden van Phoenix. Een groot succes werd dat niet. Na anderhalf jaar werd Soleri door Lloyd Wright weggestuurd. Van de Amerikaanse architect nam hij wel het idee over van architectuur die in harmonie met de natuur hoort te zijn. Bovendien bouwde hij midden jaren vijftig zijn eigen Taliesin West-achtige centrum: Cosanti, een Gaudi-achtig betonnen verblijf in Scottsdale. Toen ook dat buitenverblijf werd opgeslokt door de almaar uitdijende suburbs van Phoenix, week Soleri uit naar de huidige locatie van Arcosanti. Daar, op zo’n 100 kilometer van Phoenix, zou hij ongestoord door oprukkende woonwijken en projectontwikkelaars, zijn eigen utopie uit de grond kunnen stampen.
Maar waar Lloyd Wright pleitte voor laagbouw en horizontale stadslandschappen – die pasten volgens Lloyd Wright beter bij het Amerikaanse landschap -, ziet Soleri juist die Amerikaanse vorm van bebouwing als het grootste euvel van de moderne tijd. ‘Het probleem dat ik probeer op te lossen is het huidige ontwerp van steden die maar een paar verdiepingen hoog zijn en zich uitstrekken in een logge, mijlenlang sprawl. Als gevolg van deze sprawl transformeren ze de aarde letterlijk, boerderijen worden parkeerplaatsen, en enorme hoeveelheden tijd en energie worden verspild om mensen, goederen en diensten te vervoeren. Mijn oplossing is stedelijke implosie in plaats van explosie.’
Soleri zoekt met zijn arcologie niet alleen naar een tegengif voor de verspilling van natuurlijke hulpbronnen die hij in de Amerikaanse suburbs signaleert. Het tweede punt van zijn programma is om de mensheid als geheel op een hoger niveau te brengen. De sprawl is niet alleen een aanslag op het milieu, maar ook op de menselijke cultuur stelt Soleri in zijn boek Arcology City in the Image of Man. Soleri verbindt het idee van de sprawl met lage organismes als sponzen of koralen. ‘In de natuur wordt de notie van ongelimiteerde sprawl aangenomen door organismes met lagere evolutionaire niveaus. Het koraalrif is een voorbeeld. Complexere soorten (bijen, wespen, mieren) kiezen voor optimalere dimensies.’ De mensheid die de ongeordende stedelijke laagbouwstructuur van Phoenix voortbrengt, is in zijn ogen een gedegenereerde mensheid. Alleen in een stad kan de menselijke cultuur tot volle wasdom komen, schrijft Soleri. In een driedimensionale stad moeten verschillende activiteiten wel met elkaar botsen, met elkaar in discussie gaan. In al zijn schema’s heeft hij al tot op de vierkante meter nauwkeurig aangegeven hoeveel ruimte en welke plekken in de hoogbouwstructuren de verschillende functies krijgen toegewezen . Door ze zo bij elkaar te brengen, ontstaan nieuwe verbanden. ‘In de multi-verdieping gebouwen, staan een aantal activiteiten tegenover elkaar. De structuur wordt zo een gelaagde sequentie van brandpunten. In een plat rooster zouden ze noodzakelijkerwijs verspreid liggen. De structuur van de stad moet samentrekken, miniaturiseren, om de complexe activiteiten die de menselijke cultuur vormen te ondersteunen.’
Een sprawlend stadslandschap leidt tot isolationistische eilandjes, meent Soleri, die niet met elkaar communiceren. Het is een doods landschap waarin geen enkele vorm van cultuur tot leven kan komen. Arcosanti is in die optiek een bijenkorf voor de menselijke soort, die moet voorkomen dat we afglijden tot het evolutionaire niveau van de spons. Soleri’s modelstad is niet alleen een efficiënte machine met een energiezuinig keurmerk om in te wonen, maar bovendien een machine die de menselijke cultuur produceert. Zijn beschavingsideaal is een combinatie van de kleinschaligheid en overzichtelijkheid van het Middeleeuwse Italiaanse dorp (miniaturisatie), gecombineerd met de mentaliteit van de grote stad (complexiteit). Tegenover het Amerikaanse ideaal van de voorstad die associaties op moet roepen met de landelijke Amerikaanse frontiertijd, plaatst hij zo het Europese beschavingsideaal van de cultureel ontwikkelde burger in de bruisende metropool. Ook zijn ideaal roept associaties op met het verleden: dat van de Europese avantgardisten die begin vorige eeuw in hun manifesten de dynamiek van de grote stad in al haar glorie bezongen, zoals bijvoorbeeld in de film Berlin, Symphonie der Grossstadt.
Joe leidt ons rond langs de handvol gebouwen die Soleri sinds de vroege jaren zeventig heeft laten verrijzen. Hij voert ons langs een paar sierlijke betonnen boogconstructies, die aan de binnenkant beschilderd zijn met warme jarenzeventigkleuren. Midden in de stad ligt een amfitheater waaromheen een eerste rij huizen is gebouwd. Uit een aantal kleinere gebouwen steken ijzeren constructies de lucht in, als in een dorpje in de binnenlanden van Griekenland. De gebouwen zijn verbonden met trappen en smalle voetpaadjes waarlangs cipressen en cactussen groeien. ‘De voetganger is soeverein’, schrijft Soleri. Zijn actieradius moet bovendien vergroot worden door liften, roltrappen, roltrottoirs en fietsen. Maar omdat alle moderne toepassingen als rolstoepen, verticale heliports en liften nog ontbreken, doet Arcosanti vooral denken aan een een middeleeuws Italiaans dorpje dat is gebouwd op een heuveltop, het planologische ideaal waarop Soleri’s theorie is gebaseerd. Na dertig jaar is alleen de miniaturisatie van de grond gekomen. Het ideaal van stedelijke complexiteit laat nog altijd op zich wachten.
Utopia 2: DC Ranch
Ongeveer honderd kilometer verderop, midden in de gemeente Scottsdale – onderdeel van de snelgroeiende Phoenix-metropool, werken de hijskranen wel. Overal in de Sonora Desert worden nieuwe suburbs in hoge vaart uit de grond gestampt – volgens lokale stedenbouwkundigen in een tempo van een volgebouwd voetbalveld per uur. Tussen 1990 en 2000 groeide het inwoneraantal van Scottsdale 55,8 procent, van 130.069 naar 202.705. Het naburige Phoenix is inmiddels opgeklommen tot de op vijf na grootste stad van de V.S. Ook hier verwijzen borden langs de doorgaande weg bezoekers naar de verschillende wijken: McCormick Ranch, Pineaccle Peak Shadows of naar het D.C. Ranch. visitors venter. Het lettertype dat projectontwikkelaar DMV voor deze laatste wegwijzer heeft gekozen, roept associaties op met nostalgische handschriften uit het einde van de negentiende eeuw.
Naar verwachting zal de ‘Masterplanned Community’ DC Ranch in 2007 worden voltooid. De projectontwikkelaar verwacht dan in totaal tussen de 4000 en 5000 huizen opgeleverd te hebben. In de folders die in het infocentrum te verkrijgen zijn, is in tegenstelling tot die van Arcosanti van al die bedrijvigheid niets te merken. Hier staan geen mannen met bouwhelmen afgebeeld, maar stoere cowboys met lasso’s te paard, afgedrukt in zwartwit of sepia. Er staan nauwelijks foto’s van de huizen die hier te koop staan in. In plaats daarvan staan de brochures vol met afbeeldingen van het ruige, onaangeroerde woestijnlandschap zoals het eruit zag voordat het was opgeslokt door uitdijende gemeentes als Phoenix en Scottsdale. Er staan foto’s in van mensen die met elkaar fietsen, van kinderen die samen spelen op grasveldjes. De beelden roepen associaties op met het geromantiseerde frontier-verleden van Small Town America, met haar Main Streets en overzichtelijke gemeenschappen.
Net als de tour door Arcosanti, begint ook de rondleiding door D.C. Ranch bij een maquette in het visitors center. En ook projectontwikkelaar Brent Herrington begint met een opsomming van wat er mis is met traditionele suburbia. De modernisten hebben de droom van het huis met het witte tuinhek om zeep geholpen, vertelt Herrington. In hun rigoureuze utopische visies deelden ze de suburbs op in functionele zones. Hier mocht alleen worden gewinkeld, daar alleen gewoond. Omdat in woonbuurten geen winkels of kantoren gebouwd mochten worden, moest iedereen met de auto naar de winkel of naar het werk. Met als gevolg dat woonwijken weer speciaal op de autobezitter werden afgestemd. ‘In sommige wijken, hadden de huizen geen voordeur meer, maar alleen nog maar een garagedeur’, vertelt Herrington.
De oplossing voor dit probleem zoekt ontwikkelingsbureau DMV, waarvoor Herrington werkt, in tegenstelling tot Soleri niet in Grote Theorieën, maar in pragmatisch marktonderzoek. ‘Bedrijven als het mijne antwoorden op de vraag van consumenten. Dat is geen filantropie, maar een product van onze tijd.’ Herrington ziet een grote groep consumenten uit de leeftijdgroep 30-45 die vasthouden aan het ideaal van het losstaande huis in de suburbs, maar tegelijkertijd ook verlangen naar de sfeer van een klein dorp, waar de kinderen naar de winkel kunnen lopen. ‘85 Procent van de respondenten van een onderzoek dat wij hebben gehouden, wil wonen in een stad met een small town feel. 89 Procent in een buurt waar mensen elkaar kennen en met elkaar praten.’ Speciaal voor hen bouwt DMV een nieuwe model suburb dat voldoet aan het beschavingsideaal van kleine historische Amerikaanse stadjes. Het lijkt een paradox. Midden in de snel groeiende miljoenenstad Phoenix, zijn de bewoners van DC Ranch op zoek naar het vertrouwde gevoel van Small Town America. Het visitors centrum waar Herrington mij op de maquette aanwijst hoe de wijk er precies uit zal komen te zien, herbergt nog een paradox, in de vorm van de talloze historische foto’s van woestijnlandschappen en cowboys die de bezoeker rechtstreeks terugvoeren naar de frontiertijd. In een stad waar alles nieuw is, is de behoefte aan geschiedenis kennelijk groot.
Tijdens de rondleiding legt Herrington uit hoe DC Ranch aan het beschavingsideaal van de Amerikaanse suburb probeert te voldoen. De huizen hebben allemaal een veranda aan de voorkant. Wie voor zijn huis een drankje drinkt, kan zo de buren voorbij zien wandelen. Zo kun je elkaar beter leren kennen. Er is een heel systeem aan voetpaadjes uitgezet. Net als Soleri hoopt ook Herrington dat de inwoners van zijn modelstad vaker zullen lopen en minder auto zullen rijden. Op het terrein is een country club en een activiteitencentrum. ‘Met Pasen worden er eieren verstopt, er zullen barbecues worden georganiseerd of wijn- en kaasavonden’, vertelt Herrington. Net als Soleri ziet projectontwikkelaar DMV het als taak om behalve voor een fysieke infrastructuur ook voor een sociaal programma te zorgen. Maar waar Soleri het provincialisme van de kleine stad afwijst en er de complexiteit van de megastad tegenover wil stellen , geldt datzelfde gezellige kleine dorpsgevoel in DC Ranch juist als een groot voordeel. ‘Iedere buurt heeft zijn eigen parkje’, staat in de folders. ‘Een graslandje waar kinderen kunnen spelen en een vader een balletje kan trappen met zijn zoon en waar de buurt samen kan komen voor een picknick in de openlucht. DC Ranch is all about neighbours.’
Ook de architectuur van DC Ranch straalt het gevoel van Small Town America uit. De woonwijk heeft een woestijnthema. Alle huizen zijn opgetrokken in wildweststijl en gebouwd met natuurlijke materialen in kleurschakeringen die in Arizona in de natuur voorkomen. In tuinen mogen alleen planten en cactussen groeien die hier van nature voorkomen. En alhoewel geen van de huizen ouder is dan vijf jaar, doet de wijk historisch aan, bijna alsof je de filmset van een cowboyfilm binnenloopt, alsof de Truman Show werkelijkheid is geworden. Bij DC Ranch verkopen ze geen huizen. Ze verkopen de Amerikaanse Droom.
DC Ranch is daarin niet uniek. Overal in Amerika zijn de afgelopen jaren soortgelijke woonwijken gebouwd. ‘De [Amerikaanse] tabularasahouding is terug te vinden in onroerend goedprojecten die stukjes en beetjes geschiedenis kannibaliseren in woonwijken die herinneringen oproepen aan vervlogen tijden’, schrijft architectuurcritica Ada Louise Huxtable. ‘Nieuwe steden als Seaside Florida en Kentland, Maryland exploderen in het landschap. Ze zijn prototypes voor neotraditionele woonwijken die zijn gebaseerd op een voorbij ideaal van gemeenschap dat onderdeel uitmaakt van de mythologie van de Amerikaanse Droom.’
Utopia: voor de mens, of voor de mensheid?
Paolo Soleri en de ontwikkelaars van DC Ranch streven een vergelijkbaar doel na. Allebei zien ze in de woestijn in Arizona een tabula rasa waarin zij op hun eigen manier een ideale stad trachten te bouwen als antwoord op de monsterlijke ontwikkeling van de Amerikaanse suburbs. In de folder van DC Ranch staat het zo: ‘DC Ranch laat haar blik over het verleden glijden, terwijl ze vol vertrouwen de toekomst tegemoet treedt en een gedurfde nieuwe werkelijkheid omhelst, om een tijdloze droom uit te laten komen.’
Bij Soleri ligt de nadruk meer op het proces dan op het resultaat. Hij noemt zijn stad een urbaan laboratorium en schrijft: ‘Het laboratorium is per definitie dat met wat utopia niet samen kan vallen. Utopia is af. Een laboratorium is een momentopname. In het project is geen pretentie van finaliteit.’ Zijn project is een experiment, een zoektocht die nooit af zal zijn – vandaar de hijskranen en bouwhelmen in de folders.
Bij DC Ranch draait het om het resultaat: ‘DC Ranch is goed op weg om zijn ultieme doel te bereiken: om de beste van alle gemeenschappen te zijn. Kom kijken naar een way of life die overloopt van de kansen.’
Dit verschil in benaderingswijze tussen de Europeaan Soleri en het Amerikaanse DMV doet denken aan wat de Franse filosoof Jean Baudrillard in Sideraal Amerika schrijft over het Amerikaanse en het Europese utopische denken: [onze Europese crisis] ‘is die van historische idealen, ten prooi gevallen aan de onmogelijke realisering ervan. Hun [de Amerikaanse] crisis is die van de gerealiseerde utopie. … De dynamiek van de nieuwe werelden getuigt steeds van hun superioriteit over het land van herkomst: ze maken het ideaal operationeel, terwijl de anderen het cultiveren als hoogste en heimelijk onmogelijk doel. … Wij [Europeanen] zullen altijd nostalgische utopisten blijven, verscheurd door het ideaal, maar in wezen afkering van de realisering ervan. We verkondigen dat alles mogelijk is, maar nooit dat alles gerealiseerd is. Dat is juist wat Amerika demonstreert.’
Waar de Europeaan Soleri benadrukt dat Arcosanti nooit een utopische eindstad zal worden, verklaren de Amerikanen simpelweg dat dat doel in DC Ranch onder handbereik ligt. Zoals zij het in een persbericht in hun eigen woorden stellen: ‘DC Ranch … heeft het motto van Nike overgenomen, en er een draai aangegeven. Instead of “Just do it”, they do it differently.’
Arcosanti is gebaseerd op een uitgedokterde Grote Theorie in de traditie van Europese modernisten. DC Ranch is een product van Amerikaans pragmatisme en marktonderzoek. Dertig jaar na het verschijnen van Learning from Las Vegas (1972) lijkt projectbureau DMV daarmee gehoor te geven aan de oproep van de schrijvers Robert Venturi, Denise Scott Brown en Steve Izenour. In Las Vegas, oordeelden Venturi en zijn co-auteurs, werd niet voor de mensheid gebouwd, maar voor de mens. Las Vegas was niet gebouwd volgens een modernistisch masterplan à la Corbusier – of Soleri – dat de mensheid naar een hoger plan zou tillen. De architectuur van Las Vegas was pragmatisch, afgestemd op wat de mensen echt wilden. Geen masterplan, maar Disneyland, aldus de auteurs.
Dit Amerikaanse model mag zich in Arizona in grote populariteit verheugen. Terwijl Arcosanti in dertig jaar nog altijd niet meer dan 60 inwoners telt, groeien de voorsteden van Phoenix razendsnel. ‘Building for man’, is hier beduidend populairder dan ‘Building for mankind.’
De suburbs waarvoor Soleri een alternatief wil bieden, rukken op in de woestijn. Als ze in het huidige tempo door blijven groeien, zal Arcosanti over enkele decennia binnen de stadsgrenzen van Phoenix vallen, omsingeld door de Disney-architectuur van wijken als DC Ranch. Net zoals het Taliesin West en Cosanti decennia geleden al overkwam, dreigt nu ook Arcosanti een woonwijk te worden binnen de uitdijende voorsteden van Phoenix. Een Europees curiosum, omsingeld door de gerealiseerde Amerikaanse stedenbouwkundige utopie. ‘De stad komt dichterbij’, vertelt een bewoner van Arcosanti na de rondleiding. `s Avonds kunnen we de lichtvlek van Phoenix aan de hemel al zien. Hoe lang nog voordat we de uitlopers van de stad tot aan Arcosanti zullen reiken?’
My Recent Contributions to The Mobile City:
My Recent Contributions to De Nieuwe Reporter: